lichess.org
Donate
FIDE kandidatentornooi 2024

FIDE kandidatentornooi 2024

Kandidatentornooi 2024

Chess
De selectie van de uitdager van de wereldkampioen: een rechtvaardig proces?

Na de Isle of Man open in 2023, die twee tickets voor het kandidatentornooi weggaf, was het even rustig aan de top in de schaakwereld. Dat wil zeggen, geen prestigieuze tornooien met toppers op korte termijn. Wel, dat dacht ik dus, tot ik even 2700chess.com checkte.

De Sinquefield Cup was net begonnen met de usual suspects Caruana, Firouzja, Nepo, Giri, So, Rapport, Dominguez, MVL, Duda en Aronian. Dus the beat went on, maar soms onder de radar, en veel te vaak ondergesneeuwd onder al het internet blitz- en rapidgeweld. Dat heeft als voordeel dat er altijd wel schaken te volgen is op internet, maar veel van die niet-standaard competities tellen toch niet mee voor de officiële ratings (vandaar misschien ook hun populariteit), en dan wegen dergelijke partijen ook minder zwaar door voor mij. Een bulletpartij die ik win op tijd met een grote materiële achterstand heeft voor mij minder waarde dan een goed gespeelde bulletpartij die ik verlies op tijd. En als ik zie wat voor rommel (1+0 en “erger”) populair is op lichess – no thank you.

Qua sportcompetities ben ik nogal conservatief. Ik ben dus geen voorstander van het play-off systeem in het voetbal. Je hebt je al bewezen in een dubbelrondig round-robin tornooi, en toch moet er nog een best-of tornooi met de happy few georganiseerd worden “om zeker te zijn” (lees: om de grote clubs nog de mogelijkheid te geven hun misstappen in de reguliere competitie recht te zetten). Waarom een bepaalde formule veranderen als het systeem al goed is? Vaak is het antwoord gewoon “geld” – van supporters, media, reclame of merchandising.

De kwalificaties voor de wereldtitel schaken waren vroeger heel gestructureerd, zeg maar vanuit een theoretisch standpunt dat iedereen, als hij maar sterk genoeg speelde, WK kon worden. Je plaatste je voor het ZT, dan voor het IZT, en als je daar doorheen kwam, speelde je ofwel een kandidatentornooi of enkele matchen en kon je eindelijk tegen de WK aantreden. Ondertussen was je wel bezig aan een traject van een kleine drie jaar en kon de WK al je partijen rustig analyseren en zich voorbereiden. De voordelen waren duidelijk, de nadelen ook.

En toen kwam het knock-out formaat, waarmee de FIDE zich in één klap wou op dezelfde hoogte stellen als andere sporten, die jaarlijks een WK hebben (wielrennen bijvoorbeeld). Het werd geen succes. Iedereen (FIDE incluis) ziet nog altijd Kasparov – Kramnik – Anand als de echte WK-lijn en – jammer voor Khalifman, Ponomariov en Kasimdzhanov – de knock-out WK’s worden nu aanzien als B-wereldkampioenen, die toevallig de titel haalden, omdat de FIDE hun sterspeler kwijt was. Zelfs Topalov wordt nu niet meer gezien als volwaardig FIDE-WK, ondanks zijn reunificatiematch tegen Kramnik.

Het waren toestanden die we enkel kenden uit de bokswereld, en het is goed dat we deze periode achter de rug hebben. Het schaken is een kleine sport en we hebben geen opdeling in federaties nodig. Dat ACO “WK’s” organiseert op toeristische locaties – geen probleem, het is duidelijk dat ze volledig buiten FIDE opereren en geen bedreiging vormen.

Wat is de ideale formule? Actueel is het traject om je te plaatsen voor een WK sterk ingekort, en dat is op zich geen probleem. Er is evenveel drama als vroeger (denk maar aan wat Leonid Stein of Paul Keres in het verleden is overkomen), want minder tornooien om je te plaatsen, betekent ook minder mogelijkheden. Vraag maar aan Giri of Dominguez.

Omdat er diverse pistes zijn, zijn er ook minder plaatsen per tornooi beschikbaar. Caruana speelde uitstekend in de Grand Swiss, maar een nederlaag tegen Nakamura schakelde hem zo goed als helemaal uit voor een kwalificatieplaats. Vidit en Nakamura kaapten daar de twee plaatsen weg.

Anderzijds, als route A niet lukt, dan kan je nog via route B of C je proberen te plaatsen. Caruana plaatste zich inderdaad via de weg van de Chess World Cup (samen met Pragg en Abasov). Meer mogelijkheden dus maar met minder kans op succes. Gukesh kreeg zijn plaatsje via het FIDE-circuit, maar dat was ook maar op het nippertje; het tornooi in Chennai werd op de valreep georganiseerd om Gukesh een ultieme kans te geven zich te plaatsen – het lukte (tweede achter Caruana). Dat FIDE circuit is een soort nieuwe World Cup (een regelmatigheidscriterium zoals we kenden uit de tijd van Kasparov en Karpov, maar nu veel uitgebreider).

Firouzja kreeg (terecht) heel wat kritiek omdat hij via matchen tegen lager gekwoteerde spelers zijn rating wou opkrikken (farming, noemde Giri het – het lukte niet echt, want enerzijds won hij geen elo in die matchen (en mocht hij blij zijn dat hij geen elo verloor), en anderzijds werden de matchen door FIDE niet eens erkend). Het achterpoortje via het open tornooi van Rouen lukte wel, maar hij bleef zijn maneuver wel meeslepen in zijn reputatie, en toen het in het kandidatentornooi tegensloeg, kreeg hij van diverse sites de wind van voor.

Op de Franstalige Chessbase was het volgende te lezen: "Enfin, celui qui avait utilisé des moyens indignes de Coubertin pour souffler à Wesley So sa place de Candidat a été extrêmement décevant, se faisant plus remarquer pour ses nouvelles récriminations envers les arbitres que par ses coups d'éclats sur l'échiquier – Firouzja termine ainsi à l'avant-dernière place, perdant 23 points Elo dans l'aventure."

Zelfs op de site van europe echecs was men kritisch voor de eigen poulin: "Beaucoup de choses ont déjà été écrites sur Alireza Firouzja, mais le bilan parle de lui-même, avec six défaites, cinq nulles, deux victoires, la perte de 23 points Elo et une chute de 10 places mondiales, seizième avec désormais 2737 Elo, le tournoi du Français a été catastrophique ! Wilhelm Steinitz (1836 - 1900) avait pourtant prévenu : « Chaque fois qu’un concurrent commence mal dans un tournoi, il a tendance à jouer avec acharnement pour revenir et par conséquent prendre plus de risques pour perdre. »
Malheureusement, Alireza n'a pas pu ou su réfréner ses ardeurs et a joué toutes ses parties comme si sa vie en dépendait. Son 41...g5?? contre Naka et son 45...g6? face à Gukesh, pour ne citer que ces deux exemples, alors que les joueurs avaient récupéré 30 minutes après le contrôle du temps et que rien ne pressait, laissent un goût amer."

Maar anderzijds, deed Ding Liren dat ook niet in de vorige cyclus? Snel even een tornooi spelen om aan het benodigd aantal partijen te geraken om toch maar als actief speler gezien te worden? Wat zegt dit dan over de cyclus? Ik ben van oordeel dat alles wat binnen de regels ligt, toegelaten is. Het is aan de organisatie – FIDE dus – om waterdichte regels op te stellen.

Wat zagen we in het kandidatentornooi: dat Abasov toch (naar verwachting, gezien zijn 2632 rating) uit de toon viel. Één zwaluw maakt de zomer nog niet. Elk half puntje dat hij pakte, was een duur half punt voor de andere deelnemers. Je zou zelfs de tornooiwinst van Gukesh hieraan kunnen toeschrijven: hij won met 2-0 van Abasov, terwijl Nakamura en Caruana 1,5/2 en Nepo zelfs maar 1/2 tegen de rode lantaarn scoorde.

De andere zeven deelnemers waren wel aan elkaar gewaagd – met Firouzja als dark horse, die wel scherp uit de hoek kon komen, maar te wisselvallig bleek om zich te mengen in de topdebatten. Idem voor Vidit, die ook teveel ups en downs (qua resultaten – weinig remises) kende. Ik hou van de ingesteldheid van Firouzja achter het bord – zijn partijen zijn altijd interessant, maar zijn strategie voor belangrijke tornooien als dit stond duidelijk niet op punt.

Dat liet 5 spelers over die wel voor het gouden ticket speelden: Nepo, Gukesh, Caruana, Nakamura en Pragg. Na tien ronden stond dit vijftal op de eerste vijf plaatsen en ik zag op dat vlak niet meteen een wijziging aankomen.

Voordat de voorlaatste ronde van start ging, gunde ik Nakamura de overwinning, niet enkel vanwege zijn tussenspurt naar de top van de rangschikking. Na zijn verlies tegen Vidit in ronde 9 scoorde hij 3-0 in zijn volgende partijen. Ik supporterde ook voor hem omdat hij meteen na elke ronde een youtube uitzending over zijn partij maakte. Vaak was hij sneller met zijn bespreking klaar dan de “professionele” youtubers, die de partijen met computers hadden kunnen volgen. Tip of the hat, Naka.

Maar na de overwinning van Gukesh in ronde 13 kregen we heel spannende situatie, waarbij twee partijen gingen beslissen over de overwinning – al dan niet gedeeld. Gukesh hield remise tegen Nakamura, en Caruana kon niet winnen van Nepo, dus werd Gukesh alleen eindoverwinnaar.
Een jonge en toch volwassen winnaar, voor wie ik al supporterde in de olympiades in augustus 2022, toen hij het jeugdteam van India bijna naar Olympisch teamgoud leidde, en die belofte na belofte blijft inlossen. De Indiase pers was dan ook in alle staten – Chessbase India had een field day om Gukesh te bewieroken. Is Gukesh de echte wissel op de toekomst, of kan Ding Liren zijn intrinsieke sterkte nog eens uitspelen? Wie trouwens de Indische progressie wil volgen - geen beter adres dan deze site, die bijna alle buitenlandse exploten van Indische spelers van zeer nabij volgt.

Ding Liren beschouwt zijn ervaring als een meerwaarde in een match, maar we krijgen – misschien voor het eerst sinds WOII – een match tussen twee dark horses, Aziatische horses dan nog wel. Ding heeft nauwelijks iets getoond als WK (depressie, decompressie of gewoon schaakmoe – wie zal het zeggen?), terwijl Gukesh zich nu op het allerhoogste niveau moet bewijzen. Reken er maar op dat Ding het volledige Chinese staatsapparaat achter zich zal krijgen, steun van grootmeesters en computers incluis. Maar ook Gukesh zal niet als lonesome cowboy ten strijde trekken. We leven in interessante tijden...